GETA - getrouwd en toch anders

HOE HET BEGON...

Ik trouwde met Jos in 1982 en we kregen drie kinderen (1983-1986-1991).

Toen ik in verwachting was van het derde was Jos heel depressief. Hij ging te rade bij onze huisarts die hem doorverwees naar een psycholoog. Op een dag bekende hij dat hij 'feitelijk' van mannen hield…

Het kwam als een donderslag bij heldere hemel, daar had ik nooit aan gedacht. In mijn naïviteit meende ik eerst nog dat het wel over zou gaan, dat die 'gevoelens' weg zouden zijn als zijn depressie voorbij was...


Het drong niet echt door dat die depressie er juist gekomen was omdat hij zo met die homoseksuele gevoelens worstelde...
Die eerste maanden beweerde hij steeds dat hij ons nog allemaal even graag zag als vroeger...
Onze dochter werd geboren in augustus 1991. Ik was blij dat ik - na twee zonen- ook een dochter gekregen had maar alle andere verwarde gevoelens die ik toen meemaakte kan ik niet meer beschrijven...
Er waren veel tranen ... maar als er kraambezoek was moest ik uiteraard blij zijn met mijn dochter ... niemand wist immers van dat "andere" ...

Later werd Jos "onrustig" en er begon iets wat ik een "zoektocht" noemde. Hij zocht contacten met soortgenoten, met een seksuoloog, met GOC Antwerpen, met CGSO Gent. Het was een drang waaraan hij niet kon weerstaan; hij begon ook fuiven te bezoeken, werd lid van Homo & Geloof, enz...
Ondertussen wou hij wel al datgene wat hij reeds opgebouwd had behouden: gezin, huis, bedrijf ...

Ik als heteropartner stond op dat moment wel alleen: ik kon er met niemand over praten.
Enkel onze huisarts was op de hoogte van de situatie, maar tot een echt goed gesprek kwam dat niet.
Die stuurde mij ook eens naar dezelfde psycholoog waar Jos op consultatie ging, maar dat is bij één keer gebleven.

In die periode ging ik veel opzoeken bijvoorbeeld in de bibliotheek, dat was mijn "leestocht" ...
Alles wat ik maar kon vinden over homoseksualiteit zocht ik op en kopieerde ik of kocht ik aan. Ik leerde veel bij want ik had vroeger nooit veel met homoseksualiteit te maken gehad, het was iets 'ver van mijn bed'. Ik wou mijn man wel steunen, 'helpen' want hij lag met zichzelf overhoop.

Maar er begonnen ook andere vragen in mijn hoofd op te komen: ben ik niet de schuldige? misschien ligt het wel aan mij dat hij zo "geworden" is? waarom was hij dan wel met mij getrouwd? enkel om kinderen te hebben? ...

Ik dacht ook veel aan de kinderen:

- hoe zouden zij reageren als ze "het" wisten?
- hoe moest ik het hen zeggen?
- zouden ze hun vader misschien later haten of minachten?

Ik was dan ook heel blij toen ik via Jos vernam dat Rik (die toen ook lid was van Homo & Geloof) een praatgroep voor holebi’s wou starten; dat was in september 1992.
Dat hij er ook de heteropartners van die holebi’s wou bij betrekken was nog veel beter nieuws. Want ik had er op dat moment enkel nog maar met een priester over gesproken.


Door de groep leerde ik andere mensen kennen. Ik ontdekte dat ik niet alleen was met die verwarde gevoelens van: verdriet, pijn, jaloezie, teleurstelling ...
Alleen het feit al dat ik andere mensen hun verhaal hoorde doen en daarin herkenning vond, hielp mij reeds een heel eind verder. Want ik luisterde veel liever dan zelf iets van mijn gevoelens onder woorden te brengen: in groep spreken dat was niets voor mij. Maar dikwijls zat ik te denken: 'zo voel ik dat ook aan', of 'bij mij is dat heel anders'... Met bepaalde heteropartners kon ik dan achteraf wel nog van gedachten wisselen.

Verschillende jaren hebben Jos en ik nog verder geleefd, schijnbaar als man en vrouw, voor de materiële zaken en voor de kinderen.
Maar een echt huwelijk was het niet meer.
Elk was afzonderlijk bezig om overeind te blijven.
Ik vluchtte weg in boeken, in mijn werk, in sociaal engagement ... Jos in zijn werk en in homo-praatgroepen en fuiven.

Hij heeft ondertussen een paar homorelaties gehad en woont sedert een viertal jaren samen met Johan.
Wij zijn gescheiden in 1997 en wonen op boogscheut van elkaar. Voor de kinderen was dit een ideale situatie, op die manier was het contact met zowel hun vader als hun moeder steeds heel makkelijk.

Zij praten heel weinig over de homoseksualiteit van hun vader. Op school wordt dit niet vermeld als het niet echt nodig is en enkel hun beste vrienden weten hoe de situatie werkelijk is.

Tussen Jos en mij is er nu een 'gemakkelijke', vriendschappelijke omgang. Mijn huidige partner verwondert zich daar wel over.
Het stoort hem niet maar hij kent bij gescheiden koppels meestal meer problematische 'toestanden'.

Bernadette, juni 2007

LANG GELEDEN


Je vraagt me naar dat oude zeer
van zoveel jaar geleden,
ik denk er echt niet vaak meer aan,
nee, pijn doet het niet meer.

Waarom geloof je me nu niet?
’t is zolang geleden
ik denk er bijna nooit meer aan
nee heus, ‘k heb geen verdriet.

Waarom ik nu toch huilen moet?
’t is immers al zolang geleden?
ik dacht er bijna nooit meer aan - bijna -
maar niet voorgoed …

Uit: ‘Vrouwenpoëzie’ Conny Sluysman e.a.


Aantal bezoekers sinds 18 januari 2009: 0091270