GETA - getrouwd en toch anders

NOOIT MEER ALS VROEGER


Nooit meer als vroeger,

Het water sijpelt door mijn vingers,
en hoe ik ook probeer,
het zoekt een weg,
en alvorens ik in staat ben de koelte op te warmen,
met mijn eigen vuur,
zijn mijn handen droog,
en schiet er niets meer van over.

Ik verlang er weer naar,
maar de bron werd een woestijn,
de kilte van het water een deugd,
zwetend van innerlijke zonnekracht,
onbeantwoord,
ver weg,
ergens anders,
tot alles is opgebrand.

Dit gedichtje schrijf ik, lieve ... om aan te tonen dat ik heel goed weet dat het probleem niet bij jou ligt. Wat zich voordoet is enkel hetgeen ik reeds jarenlang verwachtte. Ik heb het gevoel dat Kathleen in het bootje zit dat langzaam aan wegdobbert. Ik wuif haar na, en ze wuift terug, maar ze geraakt steeds verder van mij weg. Haar kleine handjes waarmee ze terugwuift zijn nog stipjes, en dan zie ik alleen nog maar het bootje dat plots verdwijnt achter de horizon.

Ik voeg mijn tranen bij de zee,
het mulle zand voelt noch vochtiger aan,
de wind steekt op, de golven worden wilder,
rillingen, kilte, het vuur ebt weg,
de eens zo aangename zee,
deelt mijn verdriet,
en zal nooit meer zijn zoals vroeger.

Franklin. oktober 2001.


Aantal bezoekers sinds 18 januari 2009: 0084282